previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Slider

Mijn naam is Martha Muulyau en ik kom van Omishe in het verre noorden van Namibië.
Dit is mijn verhaal en het verhaal van het ontstaan van Penduka.
Ik heb de dag onthouden dat ik voor het laatst liep. Ik was vier jaar oud en speelde met mijn zus in het veld, toen mijn moeder ons vroeg of we op ons kleine broertje wilden passen in de hut omdat zij haar schoonzus water ging brengen. Ik viel tenslotte in slaap en gedurende de nacht moest ik naar het toilet, maar ik kon mijn benen niet bewegen. Mijn moeder tilde me op en ze begon te schreeuwen. Mijn vader kwam. Meer mensen kwamen. We gingen naar het ziekenhuis, iemand tilde me terwijl mijn benen bungelden. Onderweg bracht mijn familie me naar een traditionele genezeres en de oude vrouw sneed in mijn huid onder de knieën en mixte het bloed met water en mijn eigen haar. Mijn moeder benadrukte het belang om naar het ziekenhuis te gaan, maar toen ik daar aankwam was ik al in een coma geraakt.

 
Toen ik, maanden later wakker werd, was ik als een tweejarige. Ik kon niet praten, alleen maar huilen. Mijn familieleden zorgden ervoor dat ik in zorg kwam bij mijn tante en zij ging wederom met mij naar een traditionele genezeres. De genezeres groef een gat. Elke dag werd ik in het gat gezet en werd ik tot aan mijn middel bedekt met zand. Twee keer per dag werd ik, stukje bij stukje, opgetild zodat ik wist wat het was om rechtop te staan. Ik begon te rollen, te kruipen, te zitten en op een gegeven moment hield ik me vast aan het meubilair. Ik begon weer te lopen, buigen, vasthoudend aan mijn linker enkel en dat voor mijn rechtervoet te zetten. Mijn tante maakte krukken van stokken. Als ik om hulp vroeg, zei ze dat ik moest leren voor mezelf te zorgen. Mijn moeder vertelde me op te merken dat elke bloem anders is. Ze vertelde me dat er kinderen waren die net zo waren als ik, maar deze kinderen waren weggestopt. Dat deed mijn moeder niet. Integendeel, ze nam me mee naar de kerk en liet haar speciale bloem zien. Polio kreeg me niet klein. Ik ging naar de basisschool en ik onderging een heleboel pijnlijke operaties om mijn rug te strekken en mijn ribben en heupen opnieuw te lokaliseren. Deze operaties zorgden dat ik kon zitten en lopen. Ook heb ik een pacemaker.

 
Ik was erg blij dat ik een baan vond bij Ehafo, een project dat gehandicapte mensen helpt in Windhoek. Tijdens mijn werk bij Ehafo heb ik Christien Roos ontmoet. Christien kwam naar Namibië om te werken na haar studie in Nederland. In 1992, hebben Christien en ik samen Penduka opgericht. We zijn hiermee begonnen zodat we minder bevoordeelde vrouwen konden helpen met het verbeteren van de levensstandaard. Als de situatie van de vrouwen verbetert, helpt dat ook de directe omgeving en de uitgebreide familie.
Op het moment ben ik lerares en help Penduka groepen in het noorden van Namibië. Daar hebben we al een speelplek en school voor de kinderen in Omishe gerealiseerd. Toch is er nog heel veel te doen. Ik zou willen helpen met de ouderen die nooit uit Ovamboland zijn vertrokken en op zich zelf aangewezen zijn. De kinderen en kleinkinderen zijn vaak vertrokken naar Windhoek of andere steden voor een baan. Ik ondersteun mijn uitgebreide familie met het geld dat ik binnenkrijg bijvoorbeeld met voedsel en het betalen van het collegegeld voor mijn neefjes en nichtjes. Een paar jaar geleden heb ik de leiding van Penduka in Katatura in handen gedaan van mijn nicht Kauna. Ze is de uitdaging aangegaan om general manager te worden en is nu niet alleen verantwoordelijk voor de productie van de handgemaakte items, maar ook voor de accommodatie voor reizigers en het restaurant. Ze doet dit samen met het management team. Het is een belangrijke baan, maar ze is er voor gemaakt en ze zag mij aan het werk terwijl ze opgroeide. Ik kon geen betere opvolger wensen voor de organisatie die Christien en ik begonnen zijn. We zijn sterke vrouwen en we kunnen helpen andere levens te verbeteren.